Fieberthermometer im Vergleich: Kontakt, Infrarot oder Ohr – Welches Thermometer eignet sich für welchen Einsatz in der Praxis?
• Dr. med. univ. Daniel Pehböck, DESA / 0 Kommentare

Koortsthermometers vergeleken: contact, infrarood of oor – Welke thermometer is geschikt voor welk gebruik in de praktijk?


Door Dr. Daniel Pehböck · Arts voor spoedeisende en intensieve geneeskunde · Leestijd ca. 10 minuten

De juiste meting van de lichaamstemperatuur behoort tot de fundamentele diagnostische maatregelen in elk medisch consult. Maar de keuze van de thermometer beïnvloedt meetnauwkeurigheid, hygiëne en patiëntacceptatie aanzienlijk. Vooral in de particuliere praktijk, op de spoedeisende hulp of in de kindergeneeskunde rijst de vraag: Welke meetmethode levert onder welke omstandigheden de betrouwbaarste resultaten? Dit artikel vergelijkt de drie meest voorkomende typen thermometers vanuit klinisch perspectief en geeft evidence-based aanbevelingen voor de praktijk.

Basisprincipes van lichaamstemperatuurmeting

De kernlichaamstemperatuur van een gezonde volwassene ligt tussen 36,5 °C en 37,4 °C. Vanaf 38,0 °C spreekt men van koorts, vanaf 39,5 °C van hoge koorts. De referentiemethode voor de kerntemperatuur is de rectale meting of – in de intensive care – de meting via een arterie pulmonaalkatheter of een oesofagale sonde.

In de dagelijkse praktijk zijn deze invasieve methoden echter niet praktisch. Daarom zijn drie meetmethoden ingeburgerd, die elk verschillende lichaamsgebieden gebruiken en daarmee verschillende benaderingswaarden voor de kerntemperatuur leveren:

  • Contactthermometers – meten axillair, oraal of rectaal
  • Infrarood voorhoofdsthermometers – registreren de huidtemperatuur van het voorhoofd (A. temporalis)
  • Oorthermometers – meten de infraroodstraling van het trommelvlies

⚠ Belangrijk: Elke meetmethode heeft systeemgerelateerde afwijkingen van de kerntemperatuur. Deze offsets moeten bij de klinische beoordeling in aanmerking worden genomen. Een axillaire meting ligt typisch 0,3–0,5 °C onder de rectale kerntemperatuur.

Contactthermometer (digitaal): De beproefde klassieker

Digitale contactthermometers werken met een temperatuursafhankelijke weerstandsensor (NTC-thermistor) aan de meetpunt. Ze zijn het meest gebruikte meetapparaat in de algemene geneeskunde en worden - vooral bij rectaal gebruik - beschouwd als de referentie voor de poliklinische praktijk.

Meetplaatsen en nauwkeurigheid

Rectaal: Het nauwkeurigste perifere meetmethode, afwijking van de kerntemperatuur slechts ±0,1 °C. Gouden standaard in de kindergeneeskunde bij zuigelingen en kinderen jonger dan 2 jaar.

Oraal (sublinguaal): Goede nauwkeurigheid bij correcte plaatsing onder de tong in het achterste sublinguale gebied. Afwijking ca. 0,3–0,5 °C onder de kerntemperatuur. Vervalsing door eerdere voedselinname of dranken mogelijk.

Axillair: Minst nauwkeurig, afwijking 0,5–1,5 °C onder de kerntemperatuur. Voor een geldig resultaat moet de arm minstens 5 minuten strak tegen het lichaam worden gehouden – in de praktijk vaak moeilijk te realiseren.

✓ Tip: Digitale contactthermometers met flexibele punt verhogen het comfort voor de patiënt aanzienlijk bij rectale en orale meting en verminderen het risico op letsel bij niet-coöperatieve patiënten.

Voordelen

  • Hoge meetnauwkeurigheid (vooral rectaal)
  • Lage aanschafkosten (vanaf ca. 5–15 €)
  • Geen regelmatige kalibratie nodig
  • Eenvoudige desinfectie van de meetpunt
  • Lange batterijduur

Nadelen

  • Meetduur 30–90 seconden (afhankelijk van model)
  • Patiëntcoöperatie vereist
  • Rectale meting vaak weinig geaccepteerd (volwassenen)
  • Wegwerp beschermhoezen nodig bij meervoudig gebruik

Infrarood voorhoofdsthermometer: Contactloos en snel

Voorhoofdsthermometers verzamelen de door de huidoppervlakte in het gebied van de Arteria temporalis uitgezonden infraroodstraling. De meting vindt contactloos plaats op 1–3 cm afstand en duurt slechts 1–2 seconden. Deze methode heeft vooral sinds de COVID-19-pandemie sterk aan betekenis gewonnen.

Werking

Een thermopile-sensor detecteert de infraroodstraling van de huid en berekent daaruit de lichaamstemperatuur. Moderne apparaten gebruiken algoritmen die het verschil tussen huid- en kerntemperatuur compenseren. Desondanks is de nauwkeurigheid sterk afhankelijk van externe factoren.

Invloedfactoren op de meetnauwkeurigheid

  • Zweet op het voorhoofd (verdamingskou → te lage waarden)
  • Omgevingstemperatuur (optimaal: 16–40 °C)
  • Direct zonlicht of tocht
  • Hoofddeksel of haar in het meetgebied
  • Cosmetica of crèmes op het voorhoofd
  • Afstand en hoek tot het meetgebied

⚠ Klinisch relevant: Studies tonen een sensitiviteit van voorhoofdsthermometers voor koorts (≥38,0 °C) van slechts 50–80 %, afhankelijk van het apparaat en de meetomstandigheden. Een normale voorhoofdtemperatuur sluit koorts niet veilig uit. Bij klinische verdenking is altijd een controlemeting met een nauwkeurigere methode aangewezen.

Voordelen

  • Contactloze meting – ideaal voor infectiebescherming
  • Extreem snelle meting (1–2 seconden)
  • Hoge patiëntacceptatie, ook bij kinderen
  • Geen verbruiksmaterialen nodig
  • Screening grote aantallen patiënten mogelijk

Nadelen

  • Laagste meetnauwkeurigheid van alle drie de methoden
  • Grote gevoeligheid voor verstorende factoren
  • Ongeschikt als enige diagnostiek voor koorts
  • Regelmatige kalibratie aanbevolen
  • Hogere aanschafkosten (30–80 € voor praktijkapparatuur)

Oorthermometer (trommelvlies): Dicht bij de kerntemperatuur

Tympanische infraroodthermometers meten de door het trommelvlies en de omliggende gehoorgang uitgezonden infraroodstraling. Omdat het trommelvlies wordt gevoed door dezelfde bloedvaten als het temperatuurcentrum in de hypothalamus (via de A. carotis interna), correleert de tympanische temperatuur goed met de kerntemperatuur.

Werking en techniek

De sensor wordt met een wegwerp beschermhoes in de uitwendige gehoorgang ingebracht. De meting duurt 1–3 seconden. Beslissend is de correcte uitlijning van de sensor op het trommelvlies. Bij volwassenen wordt de oorschelp licht naar achteren en boven getrokken, bij kinderen jonger dan 1 jaar naar achteren en beneden, om de gehoorgang te strekken.

Meetnauwkeurigheid

Bij correct gebruik bedraagt de afwijking van de rectale kerntemperatuur ca. ±0,2–0,3 °C. De sensitiviteit voor koorts bij professionele apparaten ligt tussen 80–97 %, de specificiteit tussen 85–98 %. Daarmee bieden oorthermometers de beste compromis tussen nauwkeurigheid en praktische bruikbaarheid in de klinische routine.

ℹ Wist u dat? Professionele oorthermometers met „Predictive"-technologie kunnen uit een korte beginmeting de eindwaarde berekenen en zo de meettijd tot minder dan 1 seconde reduceren – met behoud van nauwkeurigheid.

Beperkingen

  • Cerumen (oorsmeer) kan de meting vervalsen
  • Otitis media of otitis externa: Meting in het aangedane oor onbetrouwbaar
  • Beperkt toepasbaar bij zuigelingen jonger dan 6 maanden (nauwe gehoorgang)
  • Gebruikersfouten door verkeerde positionering komen vaak voor
  • Wegwerp beschermhoesjes als doorlopende kosten

Vergelijkingstabel: Alle methoden in één oogopslag

Criteria Contact (digitaal) Infrarood (voorhoofd) Oor (trommelvlies)
Meetduur 30–90 sec. 1–2 sec. 1–3 sec.
Nauwkeurigheid ±0,1 °C (rectaal) ±0,3–1,0 °C ±0,2–0,3 °C
Sensitiviteit koorts 95–99 % 50–80 % 80–97 %
Contactvrij Nee Ja Nee
Coöperatie nodig Hoog Laag Middel
Kosten apparaat 5–15 € 30–80 € 40–120 €
Vervolgkosten Beschermhoezen Geen Beschermhoezen
Hygiëne Desinfectie nodig Optimaal Wegwerphoezen
Pediatrie Gouden standaard (rectaal) Screening Vanaf 6 maanden

Welk thermometer voor welke toepassing?

Algemene medische praktijk

Aanbeveling: Oorthermometer als standaard, contactthermometer voor controle. In de algemene medische praktijk is de oorthermometer de beste keuze voor de routinemeting. Het biedt een goede balans tussen nauwkeurigheid, snelheid en patiëntacceptatie. Bij grenswaarden of klinische verdenking moet een controlemeting met de digitale contactthermometer (oraal of rectaal) worden uitgevoerd.

Kinderartsenpraktijk

Aanbeveling: Rectaal (zuigelingen), oor (vanaf 6 maanden), voorhoofd (screening). Bij zuigelingen jonger dan 6 maanden blijft de rectale meting de gouden standaard – hier is de diagnostische nauwkeurigheid cruciaal, aangezien koorts op deze leeftijd altijd een alarmsignaal is. Vanaf de leeftijd van 6 maanden kunnen oorthermometers worden gebruikt. Voorhoofdsthermometers zijn geschikt als eerste schatting, maar mogen bij verdenking van koorts niet als enige diagnose-instrument dienen.

Spoedeisende hulp en triage

Aanbeveling: Voorhoofdsthermometers voor screening, oor- of contactthermometer voor verificatie. Op de spoedeisende hulp staat de snelle eerste inschatting centraal. Contactloze voorhoofdsthermometers maken snelle triagescreening mogelijk zonder tijdverlies. Opvallende waarden worden vervolgens met een oor- of contactthermometer geverifieerd.

Verzorgingstehuis en mobiele zorg

Aanbeveling: Oorthermometers met wegwerphoezen. In de zorg zijn eenvoudige bediening en hygiëne van groot belang. Oorthermometers met wegwerp beschermhoezen voldoen aan beide eisen. Bij dementerende of niet-coöperatieve patiënten kan een voorhoofdsthermometer als screeninginstrument worden gebruikt.

Bedrijfsgezondheidszorg en pandemiescreening

Aanbeveling: Voorhoofdsthermometers. Voor het screenen van grote groepen (bijv. toegangscontroles) zijn contactloze voorhoofdsthermometers de enige praktische oplossing. De lagere nauwkeurigheid wordt gecompenseerd door de hoge doorvoersnelheid – mits positieve bevindingen worden nagekeken.

Hygiëne en infectiebescherming

De reiniging van medische producten is strikt gereguleerd in de DACH-regio. Voor koortsthermometers in de praktijk gelden de volgende hygiëne-eisen:

Type thermometer Hygiënebeheer
Contactthermometer Desinfectie na elke meting (bijv. met isopropanol 70 %). Aanbevolen voor wegwerp beschermhoesjes. Bij rectale meting: patiënten specifieke toewijzing of wegwerp.
Voorhoofdsthermometer Contactloos – geen patiëntencontact. Reinig de sensorlens regelmatig. Laagste onderhoudskosten.
Oorthermometer Beschermhoezen voor eenmalig gebruik moeten per meting worden vervangen (verplicht). Regelmatig het apparaat desinfecteren. Maak de sensorlens schoon bij vervuiling.

✓ Tip: Bestel wegwerp beschermhoezen altijd in voldoende hoeveelheid – een oorthermometer zonder beschikbare hoesjes is in de praktijk niet te gebruiken. Reken op ca. 5–10 beschermhoezen per praktijkdag.

Praktische tips voor de klinische praktijk

Praktische tip 1: De „Twee-thermometer-strategie"

Houd minstens twee verschillende typen thermometers beschikbaar in de praktijk: een oorthermometer voor de routinemeting en een digitale contactthermometer voor het verifiëren van grenswaarden. Op deze manier verzeker je de diagnostische kwaliteit zonder de workflow te vertragen.

Praktische tip 2: Training van het praktijkteam

De meest voorkomende foutbron is niet het apparaat, maar de toepassing. Train uw team regelmatig in het correct gebruik – vooral bij het oorthermometer (trek aan de oorschelp, loodrechte introductie). Verkeerde positionering kan tot afwijkingen van wel tot 1 °C leiden.


0 Kommentare

Hinterlasse einen Kommentar

Bitte beachte, dass Kommentare vor der Veröffentlichung genehmigt werden müssen.