Bijgewerkt: januari 2026 | Leestijd: ca. 8 minuten | Categorie: Spoedgeneeskunde, Richtlijnen
Op 22 oktober 2025 heeft de European Resuscitation Council (ERC) de nieuwe reanimatierichtlijnen gepubliceerd. Voor medische instellingen in Oostenrijk, Duitsland en Zwitserland betekent dit: tijd voor een update van de spoedeisende uitrusting en trainingsconcepten.
Het goede nieuws: het is een evolutie, geen revolutie. De kernprincipes blijven bestaan, maar belangrijke details zijn verduidelijkt. In dit artikel vatten we de belangrijkste wijzigingen praktijkgericht samen.
📋 Het belangrijkste in één oogopslag
- Focus op de eerste 3–5 minuten versterkt
- Verplicht etCO₂-monitoring (kapnografie)
- Fysiologische doelparameters: diastolische bloeddruk ≥30 mmHg
- Vector Change overwegen na 3 mislukte schokken
- i-gel voor larynxtubus bij supraglottische luchtwegen
- Kinderen in geval van twijfel zoals volwassenen reanimeren
Waarom de ERC-richtlijnen 2025 relevant zijn voor uw praktijk
In Oostenrijk krijgen jaarlijks ongeveer 10.000 mensen een plotselinge hartstilstand buiten een ziekenhuis. De overlevingskans ligt in Wenen rond de 10–12 procent – aanzienlijk lager dan de internationale topwaarde van Seattle (62 %). De cruciale factor: de eerste minuten.
De nieuwe ERC-richtlijnen richten zich precies hierop. Ze leggen nog meer nadruk op de kritische tijdspanne van de eerste 3 tot 5 minuten na de ineenstorting en benadrukken de rol van vroegtijdige waarschuwingssystemen, telefonische reanimatie en een kwaliteitsgestuurde hartcompressie.
De 7 belangrijkste wijzigingen in de ERC-richtlijnen 2025
1. Reddenketen begint eerder
De reanimatie begint niet pas bij de ineenstorting. De richtlijnen 2025 benadrukken de preventie en vroege herkenning door vroegtijdige waarschuwingssystemen (Early Warning Scores), telemedicine en systematische patiëntenbewaking in ziekenhuizen en zorginstellingen.
Nieuw voor leken: De ademhalingscontrole moet pas na de noodoproep plaatsvinden – met telefonische ondersteuning van de meldkamer. Zo kan de hartcompressie eerder beginnen.
💡 Voor praktijken en ziekenhuizen: Implementatie van vroegtijdige waarschuwingssystemen en regelmatige teamtrainingen zijn essentieel.
2. Verplicht kwaliteitsmonitoring met kapnografie
Het end-tidal CO₂-monitoring (etCO₂) wordt de standaard bij de uitgebreide reanimatie. Het dient niet alleen voor ventilatiecontrole, maar ook als objectieve kwaliteitsindicator voor de thoraxcompressie en als vroeg teken voor een ROSC.
| Doelparameter | Aanbeveling ERC 2025 |
|---|---|
| etCO₂ | ≥25 mmHg tijdens CPR |
| Diastolische RR | ≥30 mmHg (bij invasieve meting) |
| Compressiediepte | 5–6 cm bij volwassenen |
| Compressiefrequentie | 100–120/min |
💡 Praktijktip: Moderne defibrillatoren met geïntegreerde kapnografie bieden real-time feedback over de reanimatiekwaliteit. Controleer of uw apparaten deze functie bieden.
3. Defibrillatie: Vector Change na 3 schokken
De defibrillatie blijft centraal bij ventrikelfibrilleren en pulseless ventrikulaire tachycardie. Nieuw is de expliciete aanbeveling om na drie mislukte schokken een „Vector Change" te overwegen – dat wil zeggen, de elektroden van de anterolaterale naar de anteroposteriore positie te verplaatsen.
- Eerste schok: 150–200 Joule (bifasisch)
- Volgschokken: dezelfde of hogere energie (tot 360 J)
- Na 3. schok: Vector Change overwegen
- Double Sequence Defibrillation wordt niet routinematig aanbevolen
Belangrijk: In getrainde teams kan „Precharging" worden toegepast – het opladen van de defibrillator tijdens lopende thoraxcompressies, om de hands-off-tijd te minimaliseren.
4. Ventilatie en luchtwegbeheer
De ventilatieparameters zijn gestandaardiseerd. Bij supraglottische luchtwegondersteuning heeft de i-gel de voorkeur boven de larynxtubus – vanwege de eenvoudigere hantering en betere afdichting.
| Parameter | Aanbeveling |
|---|---|
| Tidalvolume | 6–8 ml/kg KG |
| Ademfrequentie | 10/min |
| PEEP | 0–5 cmH₂O |
| Supraglottische luchtwegondersteuning | i-gel heeft de voorkeur |
5. Medicamenteuze therapie: Adrenaline en Amiodaron
De medicatietoediening blijft in wezen ongewijzigd:
- Adrenaline (1 mg i.v.): bij niet-schokbare ritme zo vroeg mogelijk, bij schokbare ritme na de 3. schok
- Amiodaron (300 mg): na de 3. schok, herhaling met 150 mg na de 5. schok
Bijzonderheid bij hypothermie (<30°C): Eenmalig 1 mg adrenaline, verdere toedieningen pas bij >30°C in verlengde intervallen (6–10 minuten in plaats van 3–5 minuten).
6. Kinderreanimatie: Vereenvoudiging in noodsituaties
Een belangrijke verduidelijking: In geval van twijfel moeten kinderen zoals volwassenen worden gereanimeerd. Deze aanbeveling moet de drempel voor lekenhulp verlagen.
- Defi-Pads: Anteroposteriore positie aanbevolen bij kinderen <25 kg
- Zuigelingen: Thoraxcompressie met 2-vinger-„omgrepen-techniek"
- Defibrillatie-energie: 4 J/kg lichaamsgewicht
7. Postreanimatiebehandeling: Update over temperatuurbeheer
Gebaseerd op de TTM2-studie is de aanbeveling voor temperatuurbeheer aangepast. De focus ligt nu op consistente koortspreventie (<37,7°C) gedurende minimaal 72 uur. Actieve hypothermie (32–36°C) is nog steeds mogelijk, maar wordt niet meer algemeen aanbevolen.
⚠️ Belangrijk: De pre-hospitale koeling met koude infusies wordt niet aanbevolen. Het temperatuurbeheer begint op de intensive care.
Wat blijft gelijk?
De kernprincipes van reanimatie zijn onveranderd. Deze continuïteit is belangrijk, want frequente wijzigingen kunnen tot verwarring leiden:
- Compressie-ventilatieverhouding: 30:2
- Compressiediepte: 5–6 cm bij volwassenen
- Compressiefrequentie: 100–120/minuut
- Vroegst mogelijke defibrillatie bij ventrikelfibrilleren/VT
- Minimale onderbrekingen van de hartcompressie
✅ Checklist: Is uw praktijk klaar voor 2025?
- ☐ Defibrillator met kapnografie-functie aanwezig?
- ☐ Defipads voor anteroposteriore plaatsing beschikbaar?
- ☐ i-gel als supraglottische luchtwegondersteuning aanwezig?
- ☐ Noodmedicijnen (adrenaline, amiodaron) binnen handbereik?
- ☐ Teamtraining volgens ERC 2025 gepland of uitgevoerd?
- ☐ Algoritmen (BLS/ALS) bijgewerkt en opgehangen?
- ☐ Vroegwaarschuwingssysteem voor risicopatiënten geïmplementeerd?
Conclusie: Fijnslijpen in plaats van revolutie
De ERC-richtlijnen 2025 brengen geen dramatische veranderingen, maar belangrijke preciseringen. De focus op meetbare kwaliteitsparameters (etCO₂, diastolische bloeddruk) en de nadruk op de kritische eerste minuten onderstrepen: Goede reanimatie is geen toeval, maar het resultaat van voorbereiding, training en de juiste uitrusting.
Als medisch geleid vakhandel ondersteunen wij u graag bij het kiezen van de juiste spoedeisende uitrusting – van defibrillatoren met kapnografie tot luchtwegondersteuning en noodkoffers volgens de actuele richtlijnen.
Spoedeisende uitrusting volgens ERC 2025?
Wij adviseren u graag over defibrillatoren, i-gel luchtwegondersteuning en noodkoffers.
Naar de spoedeisende uitrusting →Bronnen en verdere links
- European Resuscitation Council: Richtlijnen 2025
- Duitse Reanimatie Raad: Compacte richtlijnen 2025
- Spoed + Reanimatiegeneeskunde: Samenvatting van de ERC-richtlijnen 2025 (Springer)
- ILCOR: Consensus on Science
Over de auteur
Dit artikel is geschreven door de vakredactie van MeinArztbedarf GmbH. Ons team wordt geleid door Dr. Daniel Pehböck, arts met klinische ervaring in de spoed- en intensieve geneeskunde. Bij vragen over spoedeisende uitrusting adviseren wij u graag persoonlijk.

0 Kommentare